Drentse Praam

  1. Home
  2. >
  3. Scheepsjournaal
  4. >
  5. Familie van der Veen

Familie van der Veen

5 oktober 2022

Vanaf de jaren ‘50 in de vorige eeuw werd er in Hoogeveen heel wat gebouwd. De Verzetsbuurt en West waren in ontwikkeling. De bouwmaterialen zand, grind, bims en cement werden per schip aangevoerd. Zand werd van de IJssel bij Windesheim gehaald. Grind kwam van de Maas of uit Duitsland. Cement kwam van de ENCI in Maastricht. Bims, een soort lava, uit het Ruhrgebied. Heel wat schippers waren hier actief in. Sommigen kwamen zo nu en dan, anderen zag je bijna wekelijks.

Edzer van der Veen sr. had een scheepje, de Rival van 75 ton, een luxe motor. Hij had een eigen handel in zand en grind. Jaarlijks maakte hij een contract op met Bakker Beton en Betonfabriek Klijnsma voor de levering van zand en grind. Hij had drie zonen die ook schipper waren. Marten voer met de Disponibel 164 ton, Hans met de Johanna en Edzer met de Onderneming. Allen voeren binnen dat contract op Hoogeveen. Aanvankelijk stond op ieder schip een losinstallatie. De familie van der Veen kocht een scheepje waar een losinstallatie op werd geplaatst. Dat werd een overslagschip. De geladen schepen kwamen op zij en werden dan gelost. De losinstallaties op de vrachtschepen werden toen verwijderd. Bijzonder is dat dit overslagschip nu het museumschip, de Familietrouw, van het Veenkoloniaal museum in Veendam is.

De jonge Edzer
De zoon van Marten, Edzer, wilde op 17-jarige leeftijd bij de marine. Daar was zijn vader het niet mee eens. Als je varen wilt dan koop ik er een schip bij. De 17-jarige Edzer werd schipper en ging samen met zijn zus (16) varen op de Disponibel en hun ouders op het nieuwe schip. Allen voeren op Hoogeveen. De jonge Edzer had nog geen Rijnpatent maar moest wel grind uit Duitsland halen. Dan gingen vader en zoon met beide schepen richting Duitsland. Voor de grens kwam moeder van der Veen aan boord bij haar zoon en dochter, zij had wel een patent. Zo nu en dan werd er ook aan de Alteveerstraat gelost. De bocht vanaf de Schutstraat naar de Alteveerstraat was te krap om in te draaien. Men voer iets door naar Het Haagje. Daarna achteruit Alteveer in. Dat achteruit de bocht om varen was niet zo eenvoudig. Dan moest de kop van het schip met een pikhaak worden omgeduwd. De jonge Edzer moest aan de Alteveerstraat lossen. Hij was bezig achteruit de bocht te nemen. Met de pikhaak duwde hij de kop af. Toen hij de pikhaak binnen wilde halen zat deze muurvast in de modder. Het schip draaide en Edzer hield de pikhaak stevig vast, hij viel in het water. Hij kwam er met een nat pak van af.

Een schip is geijkt. Door het hoogteverschil tussen de ijk en de waterlijn kan men meten hoeveel lading er in schip zat. Bij het laden van nat zand kwam er ook veel water in het ruim. Men laadde dan dieper dan ijken zaten dat zelfs de gangboorden onder water zaten. Het overtollige water werd uit het schip gepompt voordat men mocht gaan varen. Op de oude Hoogeveensche Vaart geldde de maximale diepgang 1,80 meter. Op de sluis van Rogat werd dat gecontroleerd. Het schip van Edzer lag eens 2 cm te diep. Hij kreeg een vaarverbod. Met een schep moest er lading worden verwijderd om op de juiste diepte te komen. Edzer trouwde met Trees. Samen hebben ze hun leven lang gevaren. Hun laatste schip, de Andante, was 458 ton. Na 41 jaar schipper te zijn geweest zijn ze gestopt met varen.